Citaat | Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Alinea 23 Rechtbank Utrecht 1 juni 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6884.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verschillende facetten c.q. vormen van mensenhandel, voor wat betreft [slachtoffer 1] in de periode vanaf 1 juli 1999 tot 22 september 2009 (feiten 2, 3 en 4). Voor het onder 1 ten laste gelegde feit, dat ziet op de periode vóór 1 juli 1999, heeft de officier van justitie een vrijspraak gevorderd. Ook acht de officier van justitie ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 medeplegen niet bewezen, zodat zij voor die gedeelten van de tenlastelegging een vrijspraak heeft gevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715, en de alinea staat in dat document op bytes 6153 tot 6808.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715 | shasum -a 256