Citaat | Rechtbank Utrecht 1 juni 2011

Alinea 56 Rechtbank Utrecht 1 juni 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ6884.

Wat betreft de feitelijke handelingen door verdachte met betrekking tot [slachtoffer 1] is niet steeds duidelijk of deze de gehele ten laste gelegde periode of slechts een deel daarvan plaatsvonden. Voor zover die onduidelijkheid bestaat, wordt ten aanzien van de betreffende handelingen telkens “en/of” bewezen verklaard. Voor zover duidelijk sprake is van een specifieke periode waarin bepaalde handelingen plaatsvonden (het geven van instructies vooraf, het haar afknippen) worden die feitelijke handelingen slechts bewezen verklaard voor de periode waarin zij plaatsvonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fd3e2ba00a9feef5331a2c8688b0493e1f2246ea00ae4bc42b2c340043c715, en de alinea staat in dat document op bytes 15546 tot 16140.