Citaat | Rechtbank Utrecht 1 augustus 2011
Alinea 22 Rechtbank Utrecht 1 augustus 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 augustus 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BT2784.
2.7 In deze zaak is niet in geschil dat bij de waardebepaling uitgegaan moet worden van de in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ neergelegde fictie dat de onroerende zaak onmiddellijk en in volle omvang in gebruik kan worden genomen; daarvan was immers op de waardepeildatum ook daadwerkelijk sprake. Eiser bestrijdt op zichzelf ook niet dat verweerder voor de waardebepaling van de onroerende zaak zou mogen uitgaan van de eigen koopprijs. Verder is gesteld, noch gebleken dat de aankoopprijs niet op basis van een normale zakelijke transactie tot stand is gekomen. Evenmin is in geschil dat in de onderhavige zaak de totstandkoming van de koopprijs en de transportdatum ongeveer vijf maanden uit elkaar liggen. De vraag is of aan dat tijdsverloop belang toekomt voor de waarde op de waardepeildatum, welke verweerder gelijk stelt aan de waarde op de transportdatum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68ffe0f45e81447bd9d8937d2e14023ea88aff86dda53971c5670c3326faab28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68ffe0f45e81447bd9d8937d2e14023ea88aff86dda53971c5670c3326faab28, en de alinea staat in dat document op bytes 11311 tot 12196.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68ffe0f45e81447bd9d8937d2e14023ea88aff86dda53971c5670c3326faab28 | shasum -a 256