Citaat | Rechtbank Utrecht 23 november 2011

Alinea 152 Rechtbank Utrecht 23 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5842.

4.28. Nu de (resterende) vorderingen in conventie, strekkende tot betaling van (het restant van) de entreefee, het zich onthouden van negatieve uitlatingen en het betalen van een schadevergoeding wegens gederfde winst, zijn gegrond op het bestaan van een rechtsgeldige franchiseovereenkomst, en deze overeenkomst in reconventie wordt vernietigd, zijn deze vorderingen reeds daarom niet toewijsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4e491ce4822cab5222aeeddcadfd562dbfe222eee64371844b92f16dd3de1dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4e491ce4822cab5222aeeddcadfd562dbfe222eee64371844b92f16dd3de1dd, en de alinea staat in dat document op bytes 34266 tot 34677.