Citaat | Rechtbank Utrecht 9 november 2011
Alinea 71 Rechtbank Utrecht 9 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV0421.
De bescheiden die in dit incident onderwerp van geschil zijn, hebben betrekking op de door [eisers] gestelde overtreding van [bedrijf 6] van het concurrentiebeding zoals opgenomen in artikel 5 in de aandeelhoudersovereenkomst. Zoals hiervoor al aan de orde stelt [eisers] dat zij deze bescheiden nodig heeft om haar vorderingen te onderbouwen en om het verweer van [gedaagden] te kunnen verifiëren/weerleggen. In dit stadium van de procedure dient de mondelinge behandeling nog plaats te vinden. Een oordeel over de bewijslastverdeling en mogelijk ook over een (eventuele verzwaarde) stelplicht van [gedaagden], is thans (nog) niet aan de orde. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering tot afgifte dan ook prematuur en valt daarom in het kader van de belangenafweging thans in het nadeel van [eisers] uit. Indien [eisers] haar stelling dat [bedrijf 6] het concurrentiebeding heeft geschonden, bij een voldoende gemotiveerde betwisting door [bedrijf 6], in een later stadium alsnog zal dienen te bewijzen, kan alsdan – en mogelijk ter comparitie –, eventueel, aan de orde komen of tot afgifte (aan een deskundige) dient te worden overgegaan (en of een door de rechtbank te gelasten deskundigenbericht in de rede ligt), of dat het bewijs ook redelijkerwijze langs een andere weg kan worden verkregen, zoals een getuigenverhoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbd1c3ffc78e5ac64f559ab8c387a995d1741065a51e18541bfebf851f869f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbd1c3ffc78e5ac64f559ab8c387a995d1741065a51e18541bfebf851f869f84, en de alinea staat in dat document op bytes 14595 tot 15948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbd1c3ffc78e5ac64f559ab8c387a995d1741065a51e18541bfebf851f869f84 | shasum -a 256