Citaat | Rechtbank Utrecht 17 november 2011

Alinea 28 Rechtbank Utrecht 17 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 17 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV1498.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte op het idee kwam om via internet telefoons te verkopen en deze dan niet te versturen maar wel het geld te innen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vonden dit een goed idee. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte hebben toen met zijn drieën overlegd hoe ze dit gingen doen. Ze zouden het geld op de rekening van verdachte laten storten en [medeverdachte 1] zou de mensen overhalen om wat geld over te maken. Verdachte bood aan dat dit geld op zijn rekening zou komen. [medeverdachte 1] ging altijd met verdachte naar het internetcafé, van waaruit zij handelden. Een van de gebruikte e-mailadressen is [naam]@hotmail.com. [medeverdachte 1] heeft tientallen e-mailadressen aangemaakt. Verdachte heeft ook een paar e-mails beantwoord. Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat ze zo betrouwbaar mogelijk wilden overkomen. Voordat de telefoon verstuurd zou worden moesten mensen het bedrag storten op het rekeningnummer van verdachte. Ze hebben ongeveer acht a tien mensen op deze manier opgelicht, waarvoor ze per persoon per week ongeveer €75,00 ontvingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5331864e29ccd034014f071c5829dea04f63ae5516feecdb00470d37db4d6d90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5331864e29ccd034014f071c5829dea04f63ae5516feecdb00470d37db4d6d90, en de alinea staat in dat document op bytes 7346 tot 8487.