Citaat | Rechtbank Utrecht 17 november 2011
Alinea 30 Rechtbank Utrecht 17 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 17 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV1498.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij verdachte hoorde zeggen dat hij van een jongen had gehoord dat je veel geld kon verdienen met het verkopen van telefoons via internet. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben in overleg met verdachte besloten dat ze de bankrekening van verdachte hiervoor zouden gaan gebruiken. Dit alles hebben verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen bedacht. [medeverdachte 2] heeft verklaard te hebben gehoord van [medeverdachte 1] en anderen dat, nadat hij er zelf mee was gestopt, verdachte en [medeverdachte 1] ermee door zijn gegaan. Het e-mailadres dat was aangemaakt voordat ze met de uitvoering van het plan begonnen is [naam]@hotmail.com of [naam]@live.nl. Voorts heeft [medeverdachte 2] verklaard dat verdachte het geld van de bank haalde. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] verteld dat verdachte en [medeverdachte 1] het geld deelden. [medeverdachte 2] heeft €60,00 tot €65,00 gekregen van verdachte. Dit bedrag kon volgens [medeverdachte 2] voor de twee telefoons zijn die waren verkocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5331864e29ccd034014f071c5829dea04f63ae5516feecdb00470d37db4d6d90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5331864e29ccd034014f071c5829dea04f63ae5516feecdb00470d37db4d6d90, en de alinea staat in dat document op bytes 8600 tot 9676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5331864e29ccd034014f071c5829dea04f63ae5516feecdb00470d37db4d6d90 | shasum -a 256