Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Alinea 130 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.
4.1.2. De voorzieningenrechter behoeft niet toe te komen aan de vraag of deze door partijen vooropgestelde strekking van artikel 38 (c) van de kredietovereenkomst, gelet op de door artikel 23 EEX-Vo gestelde vormvereisten, voldoende grondslag heeft in de letterlijke tekst van deze bepaling, noch aan de vraag of indien aldus zou moeten worden geoordeeld, de bepaling in dat geval onverbindend of anderszins nietig is. Als vaststaand moet worden aangenomen – de curatoren c.s. stellen ook niet anders – dat voor zover artikel 38 (c) van de kredietovereenkomst, door SNSPF aanhangig te maken procedures uitsluit van de exclusieve werking van het forumkeuzebeding van artikel 38 (a), het beding geldig is. Dat betekent dat de voorzieningenrechter zich bevoegd kan achten indien zij haar bevoegdheid kan ontlenen aan enige andere bevoegdheidsgrond – dan forumkeuze – van de EEX-Vo.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 22073 tot 22972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58 | shasum -a 256