Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Alinea 137 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.
4.1.8. Artikel 31 EEX-Vo staat inderdaad toe dat de nationale rechter van een lidstaat voorlopige en bewarende maatregelen treft, waartoe vorderingen in kort geding onder omstandigheden ook kunnen worden gerekend, indien bevoegdheid niet kan worden ontleend aan artikelen 2 of 5-23 EEX-Vo, en zelfs in weerwil van eventuele (derogerende) forumkeuzes of arbitrale bedingen. Bevoegdheid is er in die gevallen evenwel slechts voor zover de aangezochte rechter zijn bevoegdheid kan ontlenen aan zijn commune internationale bevoegdheidsrecht. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 27761 tot 28360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58 | shasum -a 256