Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Alinea 138 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.
4.1.9. Met name kan in het onderhavige geval geen internationale bevoegdheid worden ontleend aan artikel 6 aanhef en sub a Rv, dat – gelijk artikel 5 lid 1 EEX-Vo – internationale bevoegdheid schept ter zake van vorderingen op grond van verbintenissen uit overeenkomst, indien het, voor zover van belang, gaat om verbintenissen die in Nederland zijn of moeten worden uitgevoerd. Wat betreft de projectontwikkelingsovereenkomst en de ontwerp- en aanneemovereenkomsten, geldt dat uit de overeenkomsten niet blijkt en ook overigens niet is gesteld of gebleken – mede in het licht van de omstandigheid dat deze overeenkomsten zijn gesloten tussen uitsluitend Luxemburgse en Belgische vennootschappen, en zien op het tot stand brengen van een vastgoedproject in Luxemburg – dat de betreffende diensten dan wel de in deze overeenkomsten vervatten inlichtingen- en inspectieverplichtingen, in Nederland moesten of moeten worden nagekomen. Wat betreft de samenwerkingsovereenkomst geldt dat artikel 5.5 (b), (c) en (e) van die overeenkomst, waarop Belval c.s. zich beroepen, uitsluitend weer ziet op bewerkstelliging door Multiplan Group dat Multiplan D&D bepaalde inlichtingen verschaft, maar een daarop toegesneden rechtsvordering hebben Belval c.s. niet ingesteld. Bovendien geldt dat de inlichtingen volgens de betreffende bepaling dienen te worden verschaft aan de besturen van de Belval-vennootschappen en Belval Plaza Holding – bewerkstelligings- en inlichtingenplichten die alle dus ook weer gelden tussen uitsluitend Belgische en Luxemburgse vennootschappen, waarbij niet blijkt van enige verplichting tot uitvoering in Nederland. Dat Belval c.s. voorafgaand aan het onderhavige geding in Nederland beslag hebben gelegd op stukken waarvan ze veronderstellen dat deze (deels) aan de hier bedoelde partijen toebehoren, en dat zij thans vorderen dat zij bij wege van voorlopige voorziening gemachtigd worden om van de in Nederland gevestigde bewaarder van (kopieën van) deze stukken afgifte te verlangen, maakt het voorgaande niet anders. De gerechtelijke bewaring in Nederland is immers slechts op verzoek van Belval c.s. gerealiseerd en de omstandigheid dat zich op het moment van beslaglegging in Nederland mogelijk stukken bevonden van de hier bedoelde Belgische en Luxemburgse vennootschappen, maakt nog niet dat volgens de toepasselijke overeenkomsten, deze stukken in Nederland moesten worden verschaft of voor inspectie moesten worden beschikbaar gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 28380 tot 30869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58 | shasum -a 256