Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Alinea 139 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.
4.1.10. Voorts kan in het onderhavige geval geen bevoegdheid worden ontleend aan artikel 7 lid 1 Rv. Deze bepaling schept in het geval dat de aangezochte rechter internationaal bevoegd is ten aanzien van ten minste één gedaagde, bevoegdheid ten aanzien van medegedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de onderscheidenlijke gedaagden een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Uit de parlementaire geschiedenis van deze bepaling, in het bijzonder de memorie van toelichting (Parl. Gesch. herziening burgerlijk procesrecht, p. 108) blijkt dat de wetgever met deze bepaling heeft willen aansluiten op het destijds nog geldende artikel 6 lid 1 van het verdrag van Brussel van 27 september 1968 (EEX-Verdrag), dat ook een regeling inhield voor bevoegdheid ten aanzien van medegedaagden (zoals nu artikel 6 lid 1 EEX-Vo). In HvJ EG 27 september 1988, NJ 1988, 425 (Kalfelis/Schröder) (hierna: Kalfelis/Schröder) heeft het HvJ EG aan het toenmalige artikel 6 lid 1 EEX-Verdag aldus inhoud gegeven, dat bevoegdheid hierop slechts kan worden gegrond indien er een zodanig verband bestaan tussen de vorderingen jegens de onderscheidenlijke gedaagden, dat het van belang is deze tezamen te berechten, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare uitspraken worden gedaan. Deze laatste toevoeging is niet in deze bewoordingen in artikel 7 lid 1 Rv overgenomen (anders dan in artikel 6 lid 1 EEX-Vo), maar gegeven dat de wetgever heeft beoogd aan te sluiten bij het toenmalige artikel 6 lid 1 EEX-Verdrag en daarbij uitdrukkelijk heeft verwezen naar Kalfelis/Schröder, moet worden aangenomen dat aan de in dat arrest gestelde vereisten ook moet zijn voldaan voor de toepassing van artikel 7 lid 1 Rv. Van een risico dat bij afzonderlijke berechting onverenigbare uitspraken worden gedaan, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het onderhavige geval geen sprake. De vorderingen van Belval c.s. tegen de onderscheidenlijke gedaagden zijn gebaseerd op verschillende contractuele verbintenissen, die zich zonder probleem en zonder risico voor tegenstrijdige uitspraken, lenen voor afzonderlijke berechting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 30889 tot 33113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58 | shasum -a 256