Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Alinea 140 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.
4.1.11. Evenmin is er aanleiding om bevoegdheid te vinden in artikel 9 aanhef en sub c Rv, nu gesteld noch gebleken is dat onaanvaardbaar zou zijn om van Belval c.s. te vergen dat zijn hun vorderingen voorleggen aan de rechter van een vreemde staat (of, voor zover van toepassing, aan arbitrage in Nederland). Voor een belangrijk deel, zo blijkt uit het hiervoor in 2.9 overwogene, hebben zij dat trouwens ook al gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 33133 tot 33566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58 | shasum -a 256