Citaat | Rechtbank Utrecht 4 mei 2011

Alinea 154 Rechtbank Utrecht 4 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 4 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3102.

4.2.2. Het onderhavige geding betreft een kort geding, waarin een voorlopige voorziening wordt gevraagd en waarin de uitspraak geen gezag van gewijsde toekomt. Aanhangigheid van een bodemprocedure tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, staat er niet aan in de weg dat een kort geding als het onderhavige aanhangig wordt gemaakt en dat daarin vonnis wordt gewezen. Dit geldt ook voor het geval dat de onderhavige procedure niet zou mogen worden aangemerkt als strekkende tot voorlopige of bewarende maatregelen in de zin van artikel 31 EEX-Vo; het gaat er slechts om dat aan het vonnis geen gezag van gewijsde toekomt. Of het dan opportuun is dat bij wege van voorlopige voorziening wordt beslist over hetgeen waarover ook al een bodemprocedure aanhangig is, is een vraag die niet in het kader van de bevoegdheid moet worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ccfc2dbe4443a49ac568628de787c1964738424f74b5b836661bb77c28f7a58, en de alinea staat in dat document op bytes 38407 tot 39265.