Citaat | Rechtbank Utrecht 28 september 2011
Alinea 98 Rechtbank Utrecht 28 september 2011
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 28 september 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BW4768.
5.24. De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 5 juni 2009 (LJN BH2811 en LJN BH2815) als uitgangspunt genomen dat de schade mede het gevolg is van aan de afnemer toe te rekenen omstandigheden, nu uit de overeenkomst voldoende kenbaar was dat werd belegd met geleend gelegd, dat de overeenkomst voorzag in een geldlening, dat over die lening rente moest worden betaald en dat het geleende geld moest worden terugbetaald. Daarbij valt ook in aanmerking te nemen dat van de afnemer mag worden verwacht dat hij alvorens de overeenkomst aan te gaan, zich redelijke inspanningen getroost om deze begrijpen, aldus de Hoge Raad. De arresten van de Hoge Raad van 5 juni 2009 zijn echter gewezen in zaken waarin de afnemers van het SprintPlan ten tijde van de totstandkoming hiervan meerderjarig waren, terwijl in dit geval de overeenkomsten zijn afgesloten door de vader op naam van elk van zijn kinderen en de kinderen niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de overeenkomsten. Door niet om een kopie van een rechterlijke machtiging te vragen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst heeft Spaarbeleg voorts nagelaten te controleren of de financiële belangen van de minderjarigen wel voldoende in acht genomen waren. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding het beroep op eigen schuld te verwerpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f4ff9c5263f0d61e9a6ef7bab5783b4a7df0f54faac17dae5e405e52df6daf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f4ff9c5263f0d61e9a6ef7bab5783b4a7df0f54faac17dae5e405e52df6daf2, en de alinea staat in dat document op bytes 34119 tot 35454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f4ff9c5263f0d61e9a6ef7bab5783b4a7df0f54faac17dae5e405e52df6daf2 | shasum -a 256