Citaat | Rechtbank Utrecht 1 februari 2012

Alinea 31 Rechtbank Utrecht 1 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2093.

2.1. [eiser] vordert in de hoofdzaak – samengevat – primair te verklaren voor recht dat de ontslagvergunning van het UWV als niet verleend dient te worden beschouwd, [eiser] nog immer in dienst is van, naar de kantonrechter begrijpt, [gedaagde], dan wel te verklaren voor recht dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen door [gedaagde] nietig is. Voorts vordert [eiser], indien het voorgaande niet kan worden toegewezen, te verklaren voor recht dat sprake is van een onregelmatige opzegging. Naast het voorgaande vordert [eiser] – kort gezegd – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van achterstallig loon vanaf 1 februari 2011 tot 1 augustus 2011, inclusief emolumenten, vakantiegeld, rente en wettelijke verhoging. Samengevat vordert [eiser] subsidiair te verklaren voor recht dat sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een vergoeding van € 15.000,00.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71aefde5f5820147f8baf9244c77aae1d5b8953d026c937b56be85829bd44126. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71aefde5f5820147f8baf9244c77aae1d5b8953d026c937b56be85829bd44126, en de alinea staat in dat document op bytes 5941 tot 6890.