Citaat | Rechtbank Utrecht 1 februari 2012
Alinea 45 Rechtbank Utrecht 1 februari 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 1 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2093.
2.14. [gedaagde] heeft noch in de hoofdzaak noch in het incident gevorderd dat [eiser] zal worden veroordeeld in de proceskosten in de hoofdzaak. Gelet hierop en gelet op het feit dat [gedaagde] geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd in de hoofdzaak, acht de kantonrechter grond aanwezig om de proceskosten in de hoofdzaak te compenseren. Dit betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71aefde5f5820147f8baf9244c77aae1d5b8953d026c937b56be85829bd44126. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71aefde5f5820147f8baf9244c77aae1d5b8953d026c937b56be85829bd44126, en de alinea staat in dat document op bytes 14113 tot 14519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71aefde5f5820147f8baf9244c77aae1d5b8953d026c937b56be85829bd44126 | shasum -a 256