Citaat | Rechtbank Utrecht 15 februari 2012
Alinea 571 Rechtbank Utrecht 15 februari 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753.
4. Artikel 6:194 BW mist in deze toepassing. Ten eerste omdat [eiser sub 1] c.s. in dit kader niet aan haar stelplicht hebben voldaan. Ten tweede omdat de misleidende mededelingen die Fortis c.s. worden verweten plaatsvonden voordat het huidige artikel 6:194 BW in werking trad. Ten derde omdat de gestelde litigieuze mededelingen niet kwalificeren als reclame (in de vorm van een prospectus) in de zin van artikel 6:194 (oud) BW ten aanzien van goederen of diensten die door Fortis openbaar werden aangeboden, althans niet aan [eiser sub 1] c.s.. Daarnaast staat ook niet vast staat dat [eiser sub 1] c.s. consumenten zijn, als bedoeld in 6:194 (oud) BW. Verder geldt voor [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dat zij als bestuurders en commissarissen niet persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden op basis van artikel 6:194 (oud) BW. Doorbraak van prospectusaansprakelijkheid is namelijk niet mogelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814, en de alinea staat in dat document op bytes 147230 tot 148174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814 | shasum -a 256