Citaat | Rechtbank Utrecht 15 februari 2012

Alinea 628 Rechtbank Utrecht 15 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753.

4.3. Nu [eiser sub 1] c.s. hun vordering, zoals blijkt uit 3.2. onder 2, in belangrijke mate baseren op de daar genoemde voorschriften uit de Wft en zich daarbij ten aanzien van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] (ook) beroepen op de stelling dat zij als formele en/of feitelijke beleidsbepalers binnen Fortis tot het genoemde handelen van Fortis hebben besloten en/of dat handelen hebben verricht, zal de rechtbank allereerst ingaan op de wettelijke kaders die in dat verband gelden. Ook zal de rechtbank daarbij beslissen op de geschilpunten ten aanzien artikel 6:194 (oud) BW, de (on)juistheid van de jaarrekening 2007, de cijfers over het eerste kwartaal 2008, de overige tussentijdse cijfers en ten aanzien van artikel 2:139 BW, aangezien het kader van het geding door die beslissingen nader wordt ingeperkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814, en de alinea staat in dat document op bytes 157398 tot 158244.