Citaat | Rechtbank Utrecht 15 februari 2012

Alinea 668 Rechtbank Utrecht 15 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753.

4.21. De stelling van Fortis c.s. (1) dat na 20 mei 2008 ook nog met andere partijen is gesproken, (2) dat het als gevolg daarvan onzeker was of het berekende negatieve solvabiliteitseffect zich ook zou realiseren en (3) dat daarom op die datum met de negatieve effecten vooralsnog geen rekening behoefde te worden gehouden, wordt verworpen. Daarvoor geldt dat nergens uit blijkt dat een andere partij dan Deutsche Bank - ondanks gesprekken - ook daadwerkelijk een bod op de EC-Remedies heeft gedaan. Uitsluitend met Deutsche Bank werd daarom serieus (en exclusief) gesproken. Het door Fortis genoemde “Plan B” zag weliswaar op het zoeken van mogelijke andere geïnteresseerde partijen, maar had gezien de notulen van de ExCo van 20 mei 2008 slechts als doel om een andere partij achter de hand te hebben als de gesprekken met Deutsche Bank uiteindelijk op niets zouden uitlopen (zie 2.68.). Dat de gesprekken met Deutsche Bank zouden mislukken lag niet voor de hand, omdat Fortis de door Deutsche Bank gestelde voorwaarden (hoewel ongunstig) wel acceptabel vond. Na 20 mei 2008 moest er dus vanuit worden gegaan dat als gevolg van een met Deutsche Bank te sluiten overeenkomst een bedrag van € 1,1 miljard aan extra solvabiliteit zou moeten worden gerealiseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814, en de alinea staat in dat document op bytes 182157 tot 183439.