Citaat | Rechtbank Utrecht 15 februari 2012
Alinea 738 Rechtbank Utrecht 15 februari 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 15 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753.
4.54. [eiser sub 1] c.s. dienen, nu zij zich beroepen op de rechtsgevolgen van de door hen gestelde feiten en omstandigheden, deze krachtens artikel 150 Rv te bewijzen. Aangezien het gaat om een vordering op grond van een beweerdelijke onrechtmatige daad van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] jegens [eiser sub 1] c.s. en dus niet om een vordering uit hoofde van interne (en daarmee hoofdelijke) bestuurdersaansprakelijkheid, is van die bewijsregel het gestelde persoonlijke ernstige verwijt niet uitgezonderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814, en de alinea staat in dat document op bytes 229302 tot 229847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85eac5c53268226a7e6f2d3d2554772061a8d0816526535684686eaf19257814 | shasum -a 256