Citaat | Rechtbank Utrecht 26 april 2012
Alinea 111 Rechtbank Utrecht 26 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 april 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4159.
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382, en de alinea staat in dat document op bytes 36955 tot 37184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382 | shasum -a 256