Citaat | Rechtbank Utrecht 26 april 2012
Alinea 32 Rechtbank Utrecht 26 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 april 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4159.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raadsman op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat van de zijde van het openbaar ministerie informatie aan de media is verstrekt, anders dan het door de officier van justitie genoemde persbericht. Evenmin acht de rechtbank aannemelijk geworden, dat bij de berichtgeving vanuit de politie de rechten van verdachte zouden zijn geschonden. De rechtbank wijst er daarbij op dat het onontkoombaar is dat bij zeer ernstige incidenten als de onderhavige ook vanuit de politie in ieder geval enige informatie aan de media wordt verstrekt. De rechtbank is in het onderhavige geval niet gebleken dat de politie daarbij vanuit het oogpunt van de verdachte rechtens te respecteren grenzen heeft overschreden. De rechtbank merkt voorts op dat, anders dan de raadsman suggereert, de politie niet noodzakelijkerwijs de enige bron van informatie behoeft te zijn geweest. Integendeel, uit het dossier kan worden afgeleid dat getuigen ook rechtstreeks met de media gesproken hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382, en de alinea staat in dat document op bytes 11079 tot 12103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf1e1f17ec88271055727dfdbd9cddcd3910d50cdd7d5aba89c8268753413382 | shasum -a 256