Citaat | Rechtbank Utrecht 14 juni 2012

Alinea 18 Rechtbank Utrecht 14 juni 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 14 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8497.

1. Voor zover eiser in het beroepschrift er op heeft gewezen dat de primaire besluiten en het bestreden besluit zijn genomen door twee verschillende bestuursorganen en daarmee heeft willen betogen dat sprake is van een bevoegdheidsgebrek, overweegt de rechtbank allereerst als volgt. De Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie (Stcrt. 18 november 2009, nr. 17519; de regeling) voorziet erin dat namens verweerder in mandaat WOB-besluiten worden genomen. Omdat op grond van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift niet wordt verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt krachtens mandaat heeft genomen, is het bestreden besluit niet zoals de primaire besluiten genomen door het Afdelingshoofd [A]. Het bestreden besluit is in ondermandaat genomen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, gelezen in samenhang met artikel 7, onder a, van de regeling door het hoofd van de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van het parket-generaal. Voor het oordeel dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen, ziet de rechtbank geen grond. In zoverre slaagt het beroep niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12e2bfa82acbdc9d97fb59b6b4e0a67a3902670f232e43f38d0214bc1369965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12e2bfa82acbdc9d97fb59b6b4e0a67a3902670f232e43f38d0214bc1369965, en de alinea staat in dat document op bytes 9116 tot 10324.