Citaat | Rechtbank Utrecht 14 juni 2012
Alinea 19 Rechtbank Utrecht 14 juni 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 14 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8497.
2. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiser heeft bij brief van 8 januari 2011 onder meer verzocht om toezending van een foto van een door hem vermeend gepleegde verkeersovertreding. Naar dit verzoek heeft eiser bij brief van 11 april 2011 verwezen en gesteld dat het moet worden opgevat als een WOB-verzoek. In deze brief heeft eiser verder gesteld dat geen foto is verstrekt en dat het WOB-verzoek niet is afgewezen, en heeft hij verweerder om die reden in gebreke gesteld. Bij het primaire besluit 2 heeft verweerder beslist dat aan eiser geen dwangsom verschuldigd is omdat de ingebrekestelling van dezelfde datum is als het WOB-verzoek en de beslistermijn dus nog niet was verstreken. Bij het primaire besluit 1 heeft verweerder het WOB-verzoek van eiser afgewezen omdat de verzochte foto niet in het bezit van verweerder is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12e2bfa82acbdc9d97fb59b6b4e0a67a3902670f232e43f38d0214bc1369965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12e2bfa82acbdc9d97fb59b6b4e0a67a3902670f232e43f38d0214bc1369965, en de alinea staat in dat document op bytes 10344 tot 11240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c12e2bfa82acbdc9d97fb59b6b4e0a67a3902670f232e43f38d0214bc1369965 | shasum -a 256