Citaat | Rechtbank Utrecht 25 juli 2012

Alinea 166 Rechtbank Utrecht 25 juli 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 25 juli 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3544.

4.20. Daarbij merkt de rechtbank wel op dat in de AVT 2008 de toerekenbaarheid, anders dan in artikel 6:74 BW, niet is vormgegeven in de vorm van een tenzij-clausule, zodat niet kan worden uitgesloten dat partijen daaraan de betekenis hebben moeten toekennen dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de toerekenbaarheid, in afwijking van de wet, rust op de beheerder, en dus op Prorail. In het onderhavige geval kan dit aspect evenwel in het midden gelaten worden, omdat ook indien de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de toerekenbaarheid op Prorail rust, de conclusie is dat Prorail daaraan heeft voldaan in het licht van hetgeen hierna zal worden overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f9d4918b958ca1786010f94b2579ad878c46ea44f93f6019c8c9f39294b2385. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f9d4918b958ca1786010f94b2579ad878c46ea44f93f6019c8c9f39294b2385, en de alinea staat in dat document op bytes 39791 tot 40483.