Citaat | Rechtbank Utrecht 25 september 2012

Alinea 73 Rechtbank Utrecht 25 september 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 25 september 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8151.

22. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat het begrip oppervlakte als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder g, van de planvoorschriften in het bestemmingsplan niet is gedefinieerd. Wel is in artikel 1, aanhef en onder nn, van de planvoorschriften de term “bebouwde oppervlakte” gedefinieerd als zijnde de oppervlakte die in beslag mag worden genomen door gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. In artikel 2 van de planvoorschriften, dat handelt over de wijze van meten, is onder 2 bepaalt dat de oppervlakte van gebouwen wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren. Onder 7 is omschreven hoe de vloeroppervlakte van woningen dient te worden gemeten, namelijk als de oppervlakte van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede worden verstaan keukens en slaapvertrekken, maar gangen toiletten, bad- en doucheruimten, alsmede ingebouwde bergingen en als berging gebruikte vlieringen worden niet meegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e605c361f17210337805fc65e403e3c35cac76fabd0537f43e9cd7bdf90c119a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e605c361f17210337805fc65e403e3c35cac76fabd0537f43e9cd7bdf90c119a, en de alinea staat in dat document op bytes 32833 tot 33833.