Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2012

Alinea 232 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9556.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie geëiste straf te hoog is, ook als toegekomen wordt aan een bewezenverklaring van doodslag in het verkeer. De eis staat in zijn visie niet in verhouding tot straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Voorts heeft hij zich verzet tegen het standpunt van de officier van justitie dat verdachte lang gestraft moet worden, omdat door de weigerachtige houding van verdachte medewerking te verlenen aan persoonlijkheidsonderzoeken, geen diagnose is gesteld, noch een behandeling is geadviseerd. Nu niet via de weg van een behandeling zal worden gewerkt aan het verkleinen van de kans op recidive, dient de maatschappij langer tegen verdachte beschermd te worden, aldus de officier van justitie. De raadsman is van mening dat deze wijze van redeneren alleen gevolgd kan worden ingeval van ernstige geweldsdelicten van andere orde, alsmede in geval van zedendelicten, waarbij sprake is van een groot recidivegevaar. Daarvan is in dit geval geen sprake. Indien de officier wenst te voorkomen dat verdachte opnieuw als bestuurder van een motorrijtuig zal deelnemen aan het verkeer, zijn daartoe andere methoden beschikbaar, aldus de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f8b9e88f3836cb65e25a0f9688869b1934bbca2ab5c60922ffba4907de17429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f8b9e88f3836cb65e25a0f9688869b1934bbca2ab5c60922ffba4907de17429, en de alinea staat in dat document op bytes 86771 tot 88008.