Citaat | Rechtbank Utrecht 26 november 2012
Alinea 41 Rechtbank Utrecht 26 november 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 november 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4199.
Het EHRM heeft in die beslissing bepaald dat het niet aan de verlengingsrechter is om, in het geval een motivering als bedoeld in het zevende lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering ontbreekt, door interpretatie van de uitspraak van de rechter, die de terbeschikkingstelling met dwangverpleging heeft opgelegd, alsnog vast te stellen of de terbeschikkingstelling al dan niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (‘een geweldsdelict’), en daarmee of de terbeschikkingstelling al dan niet is gemaximeerd. Ontbreekt de voorgeschreven motivering, dan kan, aldus het EHRM, de terbeschikkingstelling niet van onbepaalde duur zijn en moet het er dus voor gehouden worden dat de terbeschikkingstelling is gemaximeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4f62d968cb1dde97ab04c6ee41c1e74f4c9579214cf0dac8bd7bc7685369070. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4f62d968cb1dde97ab04c6ee41c1e74f4c9579214cf0dac8bd7bc7685369070, en de alinea staat in dat document op bytes 12833 tot 13685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4f62d968cb1dde97ab04c6ee41c1e74f4c9579214cf0dac8bd7bc7685369070 | shasum -a 256