Citaat | Rechtbank Utrecht 2 november 2012

Alinea 45 Rechtbank Utrecht 2 november 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 november 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4350.

4.3. Vooropgesteld wordt dat een algemeen recht op feitelijke tewerkstelling niet rechtstreeks uit de wet volgt, maar dat dit recht voortvloeit uit de verplichting van de werkgever zich bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als een goed werkgever te gedragen. Een werkgever die zijn werknemer op non actief stelt, kan dit alleen doen als hij daarvoor een deugdelijke grond heeft. Door non-activiteit kan de werknemer immers ook schade lijden ook al wordt het loon doorbetaald. Op basis van de CAO moet naar het oordeel van de werkgever de voortgang van de werkzaamheden ernstig worden belemmerd. De werkgever moet dus een redelijk belang hebben dat zwaarder weegt dan het belang van de werknemer. Ten aanzien van de werkzaamheden die een werknemer uitoefent voor de ondernemingsraad geldt dat op grond van artikel 13 Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) alleen de kantonrechter een lid van de ondernemingsraad voor een door hem of haar te bepalen termijn kan uitsluiten van alle of bepaalde werkzaamheden van de ondernemingsraad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe06ccb4a9c8dced8049655406ad1b69822c680b7d3fa7d76dadc0f713c3716. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe06ccb4a9c8dced8049655406ad1b69822c680b7d3fa7d76dadc0f713c3716, en de alinea staat in dat document op bytes 11775 tot 12829.