Citaat | Rechtbank Utrecht 20 juli 2012

Alinea 32 Rechtbank Utrecht 20 juli 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 juli 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4685.

6. Om te kunnen vaststellen wat het rechtskarakter van de Regeling is, zijn in de jurisprudentie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 juni 2007 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, LJN: BA7163) criteria ontwikkeld waaraan de Regeling moet worden getoetst. Ten eerste is van belang of de Regeling een zelfstandige normstelling inhoudt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Artikel 1 van de Regeling bepaalt wat als bewijsstuk wordt aangemerkt waaruit blijkt dat een leidinggevende beschikt over voldoende kennis en inzicht over sociale hygiëne. Iedere leidinggevende, die een vergunning op grond van de DHW wil aanvragen, zal door middel van een door de examencommissie van Svh Onderwijscentrum te Zoetermeer afgegeven verklaring moeten aantonen dat hij of zij over de vereiste kennis over sociale hygiëne beschikt. In de DHW, noch in andere wetgeving, is deze normstelling opgenomen. Artikel 1, van de Regeling, geeft dus ter uitvoering van artikel 8, vierde lid, van de DHW zelfstandige regels over de manier waarop een aanvrager kan bewijzen over de vereiste kennis te beschikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf3603d8db01947d9cd1079159001af9ed739b08037e2b9d0cea29d842c236dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf3603d8db01947d9cd1079159001af9ed739b08037e2b9d0cea29d842c236dc, en de alinea staat in dat document op bytes 13683 tot 14807.