Citaat | Rechtbank Utrecht 20 juli 2012
Alinea 37 Rechtbank Utrecht 20 juli 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 20 juli 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4685.
11. De rechtbank volgt partijen hierin niet. In de overigens relatief oude uitspraak van de ABRvS waarnaar wordt verwezen, schuilt in die zin gelijkenis met deze situatie dat het ook daar gaat om een betrokkene die een examenbevoegdheid wil verkrijgen. Echter die overeenkomst is niet voldoende om van een gelijke situatie te kunnen spreken. Sinds die uitspraak zijn er veel uitspraken gedaan over de wijze waarop moet worden beoordeeld of sprake is van een concretiserend besluit van algemene strekking of van een algemeen verbindend voorschrift. Die jurisprudentie laat een grote variëteit aan te beoordelen regelgeving zien, gebaseerd op weer een grote variëteit aan hogere wet- en regelgeving. Om tot een beoordeling te komen wat het rechtskarakter van de ter toetsing voorliggende regelgeving is, moet de rechtbank deze dus op eigen merites beoordelen aan de hand van in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. Dat heeft de rechtbank hiervoor in de overwegingen 6 tot en met 9 ook gedaan. De rechtbank komt op basis van die beoordeling tot de conclusie dat de Regeling een algemeen verbindend voorschrift is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf3603d8db01947d9cd1079159001af9ed739b08037e2b9d0cea29d842c236dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf3603d8db01947d9cd1079159001af9ed739b08037e2b9d0cea29d842c236dc, en de alinea staat in dat document op bytes 17696 tot 18825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf3603d8db01947d9cd1079159001af9ed739b08037e2b9d0cea29d842c236dc | shasum -a 256