Citaat | Rechtbank Utrecht 21 december 2012
Alinea 101 Rechtbank Utrecht 21 december 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7116.
De vader van medeverdachte [medeverdachte 1], getuige [getuige 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] is komen zeggen dat hij daar was om mee te gaan. Zij zijn in dat huis gegaan met z’n tweeën. [medeverdachte 2] heeft de trap in de auto vastgehouden tot in Zeist, waarna ze de trap hebben uitgeladen. [medeverdachte 2] is niet in het huis gegaan, dat waren [medeverdachte 1] en die andere jongen. [medeverdachte 1] is daar gebleven met zijn kale compagnon. Getuige [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij ‘via via’ heeft gehoord dat ze bij die man terecht zijn gekomen via familie van die man zelf. De man van die familieleden is nog niet gepakt. Volgens getuige [medeverdachte 1] heeft hij alles van [medeverdachte 2] gehoord nadat [medeverdachte 1] was aangehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670, en de alinea staat in dat document op bytes 25152 tot 25951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670 | shasum -a 256