Citaat | Rechtbank Utrecht 21 december 2012

Alinea 126 Rechtbank Utrecht 21 december 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7116.

Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] moeten, naar het oordeel van de rechtbank hebben beseft dat het brengen van een (bejaard) slachtoffer in de toestand waarin hij is aangetroffen– met gebonden handen en voeten en afgeplakte mond – kan leiden tot diens dood. Door aldus te handelen heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden en heeft hij die kans blijkens de wijze van handelen ook welbewust aanvaard en op de koop toe genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670, en de alinea staat in dat document op bytes 34243 tot 34772.