Citaat | Rechtbank Utrecht 21 december 2012

Alinea 98 Rechtbank Utrecht 21 december 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7116.

De getuige [getuige 2] (de moeder van medeverdachte [medeverdachte 2]) heeft verklaard dat [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) door [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) is opgehaald en dat [medeverdachte 2] heeft verteld dat hij alleen de trap heeft vastgehouden. [medeverdachte 2] is beneden gebleven en ‘ze’ zijn naar boven gegaan via het raam. Toen ze klaar waren zijn ze naar beneden gekomen en ze hadden niets. [medeverdachte 2] stond beneden. Getuige [getuige 2] vond dit dom van [medeverdachte 2]. Degenen die naar boven zijn geklommen hebben een doekje op het gezicht van die man gezet. Ze hadden handschoenen aan. Familie van de man zelf zou de tip hebben gegeven, maar niet aan [medeverdachte 2]. Ze dachten dat zij geld konden vinden. Volgens getuige [getuige 2] heeft [medeverdachte 2] het ook aan zijn vader verteld. Toen [getuige 2] nogmaals als getuige is gehoord heeft zij wederom verklaard dat [medeverdachte 2] heeft gezegd dat ‘ze’ maskers en handschoenen aanhadden. De twee die naar boven zijn gegaan zijn via het raam naar binnen gegaan. Toen zij naar buiten kwamen zeiden zij dat ze niets hadden gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7320bc0a1f9ee891a87c24908fd825886ee281ff461517089c59917938282670, en de alinea staat in dat document op bytes 23623 tot 24851.