Citaat | Rechtbank Utrecht 19 december 2012
Alinea 36 Rechtbank Utrecht 19 december 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 19 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7457.
2.3. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat geen bepaling die voorschrijft in welke taal voor de Nederlandse rechter moet worden geprocedeerd. De in artikel 6 EVRM neergelegde beginselen van een eerlijk proces en openbare behandeling brengen evenwel mee dat dit in een procedure voor de Nederlandse rechter de Nederlandse taal (en in Friesland: ook de Friese taal (zie de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer)) moet zijn. Dat sluit niet uit dat er in een procedure gebruik wordt gemaakt van producties of andere stukken (citaten uit buitenlandse literatuur of jurisprudentie) die in een andere taal zijn opgesteld. Van dergelijke stukken moet een partij uit zichzelf een vertaling aanleveren, indien te verwachten is dat de wederpartij (en de rechter) die stukken zonder vertaling niet begrijpt en op waarde kan schatten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081bde4df012ef39b3c31d0a8096210a519bf53991095cae1667e36211c13c84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081bde4df012ef39b3c31d0a8096210a519bf53991095cae1667e36211c13c84, en de alinea staat in dat document op bytes 6913 tot 7767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/081bde4df012ef39b3c31d0a8096210a519bf53991095cae1667e36211c13c84 | shasum -a 256