Citaat | Rechtbank Utrecht 21 november 2012
Alinea 56 Rechtbank Utrecht 21 november 2012
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 21 november 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY8897.
4.4. De stelling van MON en MBC dat [eiser] vermoedelijk tegen [X] is aan gereden, is niet onderbouwd. [eiser] heeft zowel schriftelijk als mondeling verklaard dat hij niet tegen [X] is aangereden. [X] heeft dit in haar schriftelijke verklaring bevestigd en erop gewezen dat zij anders toch zeker letsel moet hebben gehad. Gelet daarop is het enkele feit dat [X] de camera heeft laten vallen – ook als zij tegen de regels in tussen de binnenste en buitenste afzetting in heeft gestaan –, onvoldoende grond voor een vermoeden dat [eiser] tegen [X] aan is gereden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b8b4d5dbf576cd77902a4b423c48b2421bea374485d1c635e12cca75c549f9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b8b4d5dbf576cd77902a4b423c48b2421bea374485d1c635e12cca75c549f9f, en de alinea staat in dat document op bytes 11134 tot 11713.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b8b4d5dbf576cd77902a4b423c48b2421bea374485d1c635e12cca75c549f9f | shasum -a 256