Citaat | Rechtbank Utrecht 22 november 2012

Alinea 27 Rechtbank Utrecht 22 november 2012

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 22 november 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BZ3527.

3.2. Appellant stelt zich op het standpunt dat zij een rechtsgeldig pandrecht had op de vorderingen van gefailleerde op de debiteuren [C] en Stadsherstel N.V. en derhalve bevoegd was om de betreffende bedragen te verrekenen met de openstaande vordering op gefailleerde. Zij stelt dat die verrekening strookt met de (aanvankelijke) bedoeling van haar en gefailleerde om de betalingen door die debiteuren te doen ten gunste van de rekening-courantrekening bij appellant. Als die bedoeling was nageleefd (waartoe geen beletsel bestond), was de verrekening zonder meer rechtsgeldig geweest. In de visie van appellant doet de voorgestelde regeling recht aan zowel de belangen van de bank als de belangen van de overige schuldeisers. In het voorstel zijn de voor de bank en de curator aanwezige procesrisico’s verdisconteerd, welke samenhangen met hun meningsverschil ten aanzien van de geldigheid van het genoemde pandrecht en de vraag of (als dat pandrecht niet of niet meer bestond) de verrekening desondanks in redelijkheid en billijkheid mocht plaatsvinden. Daarnaast wordt met het voorstel een vlotte en spoedige afwikkeling van het faillissement bewerkstelligd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/341fa4fc94d7da34634acc560ec450f5f5be4e053a11215367396a50ac2de0b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 341fa4fc94d7da34634acc560ec450f5f5be4e053a11215367396a50ac2de0b9, en de alinea staat in dat document op bytes 11887 tot 13065.