Citaat | Rechtbank Zutphen 17 januari 2002

Alinea 47 Rechtbank Zutphen 17 januari 2002

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 17 januari 2002, ECLI:NL:RBZUT:2002:AD8381.

5.5 Nu de toerekenbaarheid van de tekortkoming in rechte vast staat, moet vervolgens worden onderzocht of de gemeente zich in de gegeven omstandigheden wel op het anti-speculatiebeding mag beroepen. [gedaagden] menen van niet. Zij stellen daartoe dat van speculatie geen sprake is. Dit verweer treft doel. Van vervreemding, waaronder ook ruiling dient te worden verstaan, is hier geen sprake. Tussen partijen is in confesso dat niet de vader maar de vrouw (nog altijd) eigenaar van de woning in kwestie is. Voor deze situatie is het anti-speculatiebeding, dat voor wat betreft de uitsluiting van de rechterlijke matigingsbevoegdheid naar [gedaagden] opmerken inderdaad nietig is, niet geschreven. De verplichting tot zelfbewoning gedurende drie jaar moet immers in onderlinge samenhang worden gelezen met het verbod tot vervreemding gedurende die tijd zonder schriftelijke toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Anders dan de gemeente stelt, doet de enkele schending van de verplichting tot zelfbewoning niet reeds de boete verbeuren, te meer daar begeleidende omstandigheden welke wellicht tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, niet zijn gesteld of gebleken. Bovendien geldt die verplichting in elk geval niet voor de man, nu deze geen contractspartij was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ecf06b718aa5d695539ddcd66690f012e4c0a93ddfaa858a188b3e5fcb16ba6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ecf06b718aa5d695539ddcd66690f012e4c0a93ddfaa858a188b3e5fcb16ba6, en de alinea staat in dat document op bytes 13543 tot 14856.