Citaat | Rechtbank Zutphen 5 februari 2003

Alinea 56 Rechtbank Zutphen 5 februari 2003

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 5 februari 2003, ECLI:NL:RBZUT:2003:AF4358.

4.5 Voorts vindt de man de vordering van de vrouw in strijd met de redelijkheid en de billijkheid omdat deze pas 19 jaar na de echtscheiding en 16 jaar na zijn pensionering is ingesteld, waarbij de man verwijst naar het in voornoemde beschikking van 2 mei 2000 gestelde ter zake de inkomenspositie van de vrouw. In die beschikking is gesteld dat de behoefte van de vrouw volledig gedekt is door haar huidige/toenmalige inkomen, terwijl de man vanwege de aan hem opgelegde onderhoudsplicht geen relevant vermogen heeft kunnen opbouwen. Toewijzing van de vordering zal tot gevolg kunnen hebben dat de man tot financiering van een aan de vrouw te betalen substantieel bedrag zal moeten overgaan. Dat laatste zal - los van de vraag of een commerciële instelling de 82-jarige man krediet wil verstrekken - tot een aanzienlijke verlaging van het besteedbaar inkomen van de man leiden. Gelet op de leeftijd, gezondheid en levensverwachting van partijen en de met deze procedure voor de man gepaard gaande emotie, vindt de man toewijzing van de vordering onredelijk omdat dat vermoedelijk zal leiden tot een hoger besteedbaar inkomen voor de vrouw dan het inkomen dat hij daarna ter beschikking zal hebben en omdat de

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/342b0e34d8c2861b48364c83a016d68981751783183d832277c771bb81db0081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 342b0e34d8c2861b48364c83a016d68981751783183d832277c771bb81db0081, en de alinea staat in dat document op bytes 11142 tot 12367.