Citaat | Rechtbank Zutphen 5 februari 2003

Alinea 78 Rechtbank Zutphen 5 februari 2003

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 5 februari 2003, ECLI:NL:RBZUT:2003:AF4358.

5.8 De rechtbank is het niet eens met de stelling van de man dat de vrouw door de onderhavige vordering oneigenlijk gebruik maakt van juridische middelen, hetgeen reeds blijkt uit het feit dat een aantal van haar stellingen gegrond zijn gebleken. Om die reden zal de rechtbank, nu partijen voormalige echtelieden zijn, de proceskosten compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/342b0e34d8c2861b48364c83a016d68981751783183d832277c771bb81db0081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 342b0e34d8c2861b48364c83a016d68981751783183d832277c771bb81db0081, en de alinea staat in dat document op bytes 22354 tot 22759.