Citaat | Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Alinea 101 Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004, ECLI:NL:RBZUT:2004:AR4700.
5.10 Door de financiering van CED zonder meer abrupt te beëindigen, moet Coutts geacht worden onrechtmatig te hebben gehandeld jegens de handelscrediteuren van CED, welke crediteuren daardoor schade hebben geleden. Of er ook andere, externe, oorzaken voor het faillissement van CED zijn aan te wijzen, is in het onderhavige kader -anders dan het geval is bij aansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW- niet relevant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 33429 tot 33855.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a | shasum -a 256