Citaat | Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004

Alinea 112 Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004, ECLI:NL:RBZUT:2004:AR4700.

Bij de aansprakelijkheid ex artikel 2: 248 BW gaat het om in het oog springende, elke twijfel uitsluitende onbehoorlijkheid van de taakvervulling. De bestuurder moet van zijn handelen en/of nalaten een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. De kennelijk onbehoorlijke taakvervulling behoeft niet de enige oorzaak van het faillissement van de vennootschap te zijn, maar moet daaraan wel in belangrijke mate hebben bijgedragen. De curator dient het causaal verband tussen de onbehoorlijke taakvervulling en het faillissement aannemelijk te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 37498 tot 38058.