Citaat | Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Alinea 65 Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004, ECLI:NL:RBZUT:2004:AR4700.
Hierbij speelt mede een rol dat geen redelijk denkende externe bankier een onderneming als CED met een zwaar negatief eigen vermogen een financiering zou hebben verstrekt, gelijk Coutts dat heeft gedaan. De voortzetting van de onderneming met aanzuiveren van de verliezen door Coutts door middel van leningen was dan ook economisch niet verantwoord. Door desondanks de onderneming voort te zetten zonder de schuldeisers te waarschuwen, rustte op Coutts en statutair bestuurder [gedaagde, bestuurder 1] de verplichting tot schadeloosstelling van die schuldeisers die, te goeder trouw en zonder enige waarschuwing, met CED verbintenissen zijn aangegaan die CED niet kan betalen. Het aanvragen van surséance van betaling was tardief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 18255 tot 19000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a | shasum -a 256