Citaat | Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Alinea 67 Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 27 oktober 2004, ECLI:NL:RBZUT:2004:AR4700.
Coutts en [gedaagde, bestuurder 1] moesten aan de hand van het concernverslag over de maand april 2003 in ieder geval vanaf begin mei 2003 op de hoogte zijn geweest van de noodzaak om een bedrag van € 109.000,-- terug te betalen aan Briggs & Stratton. Ondanks het feit dat het saldo op de bankrekening van CED lange tijd toereikend is geweest om bedoeld bedrag terug te betalen en ondanks pogingen van [bestuurder 2] om [gedaagde, bestuurder 1] te bewegen daarvoor toestemming te geven, is bedoeld bedrag van € 109.000,-- door [gedaagde, bestuurder 1] en Coutts aangewend voor de aflossing van de schuld van CED aan de ING-bank. Hierdoor heeft Coutts zich verrijkt ten koste van bedoelde crediteur dan wel de gezamenlijke crediteuren, terwijl Coutts wist dat het vermogen van CED niet toereikend was om aan de verplichtingen jegens de schuldeisers te voldoen en Coutts niet langer meer van plan was om aan CED leningen te verstrekken. Er is tevens sprake van ongelijke behandeling van crediteuren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 19874 tot 20893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c07e68aae5eaa91a49011da6def10eed120a011398abcaf7e58eaa0414e7d4a | shasum -a 256