Citaat | Rechtbank Zutphen 14 februari 2007

Alinea 88 Rechtbank Zutphen 14 februari 2007

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 14 februari 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ8621.

7.2. Reesink heeft terecht betoogd dat het feit dat zij ingevolge het aan het begin van de ontsluitingsweg geplaatste verbodsbord niet over de weg mocht rijden meebracht dat zij geen toegang had tot het perceel en dus dat (in de woorden van Reesink) “het Terrein” nog niet ontsloten was. Daaruit volgt evenwel, anders dan Reesink meent, dat de Gemeente (ook na de levering van het perceel op 14 januari 2002) niet volledig had voldaan aan die last tot levering. Reesink heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat de ontsluitingsweg al voordat het vonnis werd gewezen, was voltooid. Het feit dat de Gemeente een inrijverbodsbord had geplaatst maakt dat niet anders. De Gemeente heeft dan ook niet gehandeld in strijd met de last tot voortvarende voltooiing van de ontsluitingsweg en dus geen dwangsommen verbeurd wegens het niet voldoen aan deze veroordeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d8f9916e14bec9aa9c84073b6d18284970444bbbd76f9b8960c10c14528a42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d8f9916e14bec9aa9c84073b6d18284970444bbbd76f9b8960c10c14528a42, en de alinea staat in dat document op bytes 24953 tot 25843.