Citaat | Rechtbank Zutphen 14 februari 2007
Alinea 90 Rechtbank Zutphen 14 februari 2007
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 14 februari 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ8621.
7.3. Het voorgaande brengt met zich dat de vordering van de Gemeente om van recht te verklaren dat zij met betrekking tot de last tot voortvarende voltooiing van de ontsluitingsweg geen dwangsommen heeft verbeurd omdat zij niet in strijd heeft gehandeld met deze last, voor toewijzing gereed ligt. Daaruit volgt tevens dat de vordering Reesink te bevelen om niet over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis/het arrest van het Hof te Arnhem d.d. 4 juni 2002, onder rolnummer 2001/285 gewezen, voor zover het betreft de invordering van de volgens Reesink verbeurde dwangsommen in verband met de last tot voortvarende voltooiing van de ontsluitingsweg moet worden toegewezen. Nu gesteld noch gebleken is dat Reesink al begonnen is met de tenuitvoerlegging van het vonnis/arrest, zal dit onderdeel van de vorderingen van de de Gemeente worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d8f9916e14bec9aa9c84073b6d18284970444bbbd76f9b8960c10c14528a42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d8f9916e14bec9aa9c84073b6d18284970444bbbd76f9b8960c10c14528a42, en de alinea staat in dat document op bytes 26091 tot 26959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40d8f9916e14bec9aa9c84073b6d18284970444bbbd76f9b8960c10c14528a42 | shasum -a 256