Citaat | Rechtbank Zutphen 10 januari 2007

Alinea 71 Rechtbank Zutphen 10 januari 2007

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 januari 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4423.

4.15. Hoewel met Achmea wordt geconstateerd dat de "Bescheinigungen" niet uitblinken in helderheid en authenticiteit, moet tevens worden opgemerkt dat geen al te hoge eisen gesteld kunnen worden aan de admini-stratie in het internationaal wegvervoer in die periode. Vanwege het feit dat [eiser] in de jaren 1993-1997 een jonge vrijgezelle rijder was en er in die tijd in de branche vele overuren werden gemaakt, komt het mede in sa-menhang met de "Bescheinigungen" voorts niet onaannemelijk voor dat [eiser] in genoemde jaren zeker 100 uren per maand heeft overgewerkt. Dit komt neer op een werkweek van 62 uur. In het licht hiervan is er onvoldoende aanleiding [eiser] te belasten met het bewijs dat hij voor het ongeval tenminste 100 overuren per maand maakte. Ook voor de jaren na 1997 waarin het nog goed ging met het internationaal vrachtverkeer, moet worden aange-nomen dat [eiser] overuren zou hebben gemaakt in de orde van grootte als daarvoor. Aan de dit oordeel doet niet af dat het UWV bij de bepaling van het dagloon van [eiser] met niet meer dan 10 overuren per week rekening heeft gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df649bbbdb34884c8e335ba909ecedd3e9ecca6a87a9670fd451fda7ad281e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df649bbbdb34884c8e335ba909ecedd3e9ecca6a87a9670fd451fda7ad281e0, en de alinea staat in dat document op bytes 19761 tot 20878.