Citaat | Rechtbank Zutphen 26 juni 2007

Alinea 92 Rechtbank Zutphen 26 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 26 juni 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BA8992.

Uit hetgeen aangaande feiten 1 t/m 3 is overwogen en vastgesteld vloeit voort, dat de herkomst van de betrokken gelden (ten minste deels) moet zijn gelegen in het door verdachten als voormeld te eigen bate afromen van de contante omzet van [naam A. B.V.], zodat tevens kan worden vastgesteld dat die gelden in zoverre afkomstig waren uit het (door verdachten begane) misdrijf medeplegen van verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da333ba589e0eae616e804ff93e4b180609c09907f29e7f5afc4daf25172e56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da333ba589e0eae616e804ff93e4b180609c09907f29e7f5afc4daf25172e56, en de alinea staat in dat document op bytes 30061 tot 30578.