Citaat | Rechtbank Zutphen 11 december 2007

Alinea 73 Rechtbank Zutphen 11 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 11 december 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BB9863.

De raadsman van verdachte heeft bepleit, dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vervolging wordt verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging. Bij sorteerproeven elders zou ook sprake zijn van niet-blind sorteren, terwijl in het desbetreffende proces-verbaal anders is vermeld. Het is in strijd met het gelijkheidsbeginsel om verdachte wel te vervolgen en zich in een gelijke positie bevindende collega’s elders niet. Voorts heeft het aan leidinggevend kader ontbroken, althans dit heeft hopeloos gefaald. Het gaat dan niet aan om alleen verdachte en zijn medeverdachten te vervolgen: door dit wel te doen handelt de officier van justitie in strijd met voormelde beginselen. Tenslotte is er sprake van handelen in strijd met het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging, nu de werkgever van verdachte op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie (hierna: BARP) aan verdachte straffen kan opleggen, wat inmiddels ook is gebeurd. Er is, aldus de raadsman, (dan ook) geen enkele maatschappelijke behoefte aan vervolging en bestraffing van verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafcd1f667bb63718361e29937c7f48e794ac0b614de77375efa10f1ceb1da91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafcd1f667bb63718361e29937c7f48e794ac0b614de77375efa10f1ceb1da91, en de alinea staat in dat document op bytes 14155 tot 15331.