Citaat | Rechtbank Zutphen 17 februari 2010

Alinea 38 Rechtbank Zutphen 17 februari 2010

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 17 februari 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BL8521.

2.6. Ten aanzien van verweerders primaire standpunt dat de waarden van de recreatieruimte en de grond niet buiten aanmerking kunnen worden gelaten, omdat geen sprake is van zelfstandige gedeelten, overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 16, aanhef en onder c, van de Wet WOZ bepaalt dat voor de toepassing van deze wet als één onroerende zaak wordt aangemerkt een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Anders dan verweerder kennelijk meent geeft deze bepaling daarmee geen definitie van de term ‘gedeelte’ en dus ook niet de definitie dat onder ‘gedeelte’ moet worden verstaan ‘zelfstandig gedeelte’. Bepaald wordt slechts dat een ‘gedeelte’ dat voldoet aan de nadere kwalificatie ‘dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt’ – kort gezegd: de kwalificatie ‘zelfstandig’ – als één onroerende zaak wordt aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank geeft verweerder dan ook een onjuiste uitleg aan de term ‘gedeelte’ in artikel 16, onderdeel c, van de Wet WOZ. Deze onjuiste uitleg kan dan ook niet als basis dienen voor de uitleg van de term ‘gedeelten’ in artikel 220e van de Gemeentewet. Daar komt bij dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 220e van de Gemeentewet – welke bepaling geldt met ingang van het jaar 2007 – niet blijkt dat de wetgever met het opnemen van de term ‘gedeelten’ in deze bepaling iets anders voor ogen heeft gehad dan met het opnemen van de term ‘delen’ in de voor het jaar 2006 geldende overgangsregeling van artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet. Naar het oordeel van de rechtbank dienen derhalve onder de term ‘gedeelten’ in artikel 220e van de Gemeentewet – gelijk als onder de term ‘delen’ in het voorheen geldende artikel 220f, achtste lid – zowel zelfstandige als onzelfstandige delen van een object te worden begrepen. De rechtbank volgt verweerder dan ook niet in zijn primaire standpunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17f4f08c57c9c1d6b6152b0fc39dc4e77718cd14ed7cf34e0dc7d34fc5da4836. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17f4f08c57c9c1d6b6152b0fc39dc4e77718cd14ed7cf34e0dc7d34fc5da4836, en de alinea staat in dat document op bytes 12653 tot 14728.